Alle thema's https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema Tue, 13 Jan 2026 05:56:18 +0100 Joomla! - Open Source Content Management nl-nl Industrialisatie https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/industrialisatie https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/industrialisatie

Industrialisatie

De tweede helft van de negentiende eeuw stond in Nederland in het teken van de industrialisatie. De industrie groeide en het land werd steeds moderner. Het was een geleidelijk proces dat doorging tot in het begin van de twintigste eeuw. Toch wordt gesproken over een industriële revolutie, omdat er veel grote en belangrijke veranderingen kwamen. Nieuwe uitvindingen zorgden voor die veranderingen. De belangrijkste uitvinding voor de industrialisatie was de stoommachine. In de steden kwamen veel fabrieken die deze machine gebruikten om veel sneller te produceren. Daarnaast was de beschikbaarheid van grondstoffen als steenkool en ijzererts voor de industrialisatie belangrijk.

De stoommachine werd niet alleen in fabrieken gebruikt, maar zorgde ook voor een revolutie in het vervoer. De stoomtrein, stoomtram en stoomboot veranderden het transport ingrijpend. Vóór de komst van deze vervoersmiddelen was het transport over land en zee beperkt. Mensen waren voor reizen afhankelijk van paardenkracht en zeilschepen. Met de nieuwe vervoersmiddelen konden niet alleen mensen maar ook goederen veel sneller worden vervoerd. Dat was weer goed voor de handel en de economie.

De industriële revolutie zorgde voor technologische vooruitgang en economische groei, maar ook voor sociale veranderingen. Op het platteland zorgden nieuwe machines in de landbouw ervoor dat sneller en meer voedsel kon worden geproduceerd. Daardoor waren er minder boeren nodig en verhuisden veel mensen naar de steden. De fabrieken die daar ontstonden, boden juist veel werkgelegenheid. De steden groeiden daardoor snel en werden overbevolkt.

De overbevolking van steden was een van de nadelen van de industrialisatie. Het leven in de drukke steden was ongezond. Het was er vies en ziektes verspreidden zich snel. Een ander nadeel van de industrialisatie was dat het werken in de fabrieken zwaar en gevaarlijk was. Ook kregen de fabrieksarbeiders weinig betaald en maakten ze lange dagen. Dit zorgde voor ongelijkheid tussen rijke fabriekseigenaren en arme arbeiders. Vaak woonden arbeidersgezinnen met veel mensen in slechte huizen. Omdat de gezinnen zo arm waren, moesten ook kinderen vaak lange dagen werken.

De slechte leefomstandigheden van arbeiders zorgden voor discussies over de ‘sociale kwestie’. In de politiek begonnen mensen op te komen voor de rechten van arbeiders en streden voor betere werkomstandigheden. Ook werden vanuit de politiek maatregelen genomen tegen de kinderarbeid. Zo werd in 1874 een wet aangenomen tegen kinderarbeid onder de twaalf jaar (het Kinderwetje van Van Houten).

De positieve en negatieve gevolgen van de industrialisatie zijn te bestuderen aan de hand van de bronnen binnen dit thema. De bronnen komen uit de verschillende gemeenten van onze regio: Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Heiloo, Hollands Kroon, Schagen en Texel.

]]>
Thema's Thu, 01 Jun 2023 09:46:39 +0200
Het Beleg van Alkmaar https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/het-beleg-van-alkmaar https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/het-beleg-van-alkmaar

Het Beleg van Alkmaar

‘Van Alkmaar de victorie!’ is een uitspraak die bijna elke Alkmaarder zal kennen. Het verwijst naar het Beleg van Alkmaar van 1573 waarbij de stad en haar inwoners zeven weken lang de belegering van de Spanjaarden wist te doorstaan. Binnen dit thema zijn bronnen verzameld die een beeld geven van het Beleg. De bronnen komen niet alleen uit Alkmaar, maar laten ook zien wat de invloed was van het Beleg in de regio, zoals bijvoorbeeld Egmond en Oudorp.

Het Beleg van Alkmaar duurde van 21 augustus tot en met 8 oktober 1573. Tijdens deze zeven weken probeerden de Alkmaarders stand te houden tegen het Spaanse leger. Dit leger stond onder leiding van Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva.

Hoe had het zo ver kunnen komen?

Sinds 1566 was er onrust in de Nederlanden. Er heerste grote ontevredenheid over het beleid van de Spaanse koning Filips II. De inwoners van de Nederlanden gingen gebukt onder de strenge regels die Filips II stelde. Er moest veel belasting betaald worden en er was armoede. Het Spaanse gezag was sterk gecentraliseerd. De edelen die lokaal de macht hadden, moesten een deel daarvan inleveren. Ook was Filips II een verdediger van het katholieke geloof, terwijl een groot deel van de inwoners van de Nederlanden voor hervormingen van de kerk was en tegen de strenge vervolging van ketters. Uiteindelijk leidde de ontevredenheid tot een opstand. Willem van Oranje werd gekozen als leider van de opstand.

Tijdens de beeldenstorm in september 1566 werden veel katholieke kerken leeggeroofd en vernield. Filips II stelde daarop Alva aan tot landvoogd om de orde in de Nederlanden te herstellen. Willem van Oranje zag militair verzet als de enige manier om uit de handen van Alva te blijven. Uiteindelijk leidde dit tot de Tachtigjarige Oorlog, van de slag bij Heiligerlee van 1568 tot het tekenen van de vrede van Munster in 1648.

In Holland koos een aantal steden in 1572 partij voor de opstand onder leiding van Willem van Oranje. Don Frederik kreeg van Alva de opdracht om de opstand de kop in te drukken en steden te heroveren. In juli 1573 viel de stad Haarlem na een beleg van zeven maanden. Honderden mannen, voornamelijk soldaten, werden door de Spanjaarden om het leven gebracht.

Het Spaanse leger trok daarop door naar Alkmaar. Daar zorgden de berichten over de afloop van het Beleg van Haarlem voor onrust. Veel mensen verlieten de stad en vertrokken naar andere plaatsen. Zowel de geuzen als de Spanjaarden stuurden mannen naar Alkmaar. Met de afloop van Haarlem in hun hoofd, twijfelde het stadsbestuur wie zij nu het beste binnen konden laten. De poort bleef voorlopig voor beide groepen gesloten. Uiteindelijk kwam een leger geuzen onder leiding van Jacob Cabeliau de stad binnen.

Ondertussen werd er hard gewerkt aan de versterking van Alkmaar. Maar de werkzaamheden waren nog lang niet klaar toen het Spaanse leger voor de poort stond. Al snel was Alkmaar volledig omsingeld en kon de stad niet meer bevoorraad worden. Zonder hulp zouden de inwoners het niet lang volhouden. Een boodschapper vertrok daarop naar Diederik Sonoy, door Willem van Oranje benoemd tot gouverneur over het Noorden van Holland. In brieven verstopt in een polsstok vroegen de Alkmaarders om de sluizen open te zetten en de dijken door te steken, zodat de omgeving onder water zou komen te staan. Het Spaanse leger zou door het hoge water gedwongen worden de strijd op te geven.

Op 18 september, de 'bangste dag' van het Beleg, deed het Spaanse leger een grote aanval op de noordkant van de stad. Soldaten probeerden de stad binnen te komen door met stormbruggen de gracht over de steken bij de Friese Poort en de Rode Toren. Het geuzenleger en de inwoners van Alkmaar verweerden zich met alles wat zij maar konden vinden. Natuurlijk met verschillende wapens, maar ook door het gooien van pek, stenen en brandende teertonnen. Bij de verdediging hielpen ook veel vrouwen en zelfs kinderen mee. De bestorming duurde tot ongeveer zeven uur ‘s avonds, maar uiteindelijk droop het Spaanse leger af.

Inmiddels was aan het verzoek van de Alkmaarders gehoor gegeven. De sluizen werden geopend en verschillende dijken werden doorgestoken. Het omringende land liep onder water en de zware kanonnen van de Spanjaarden zakten weg in de modder. Op 8 oktober 1573 trok het Spaanse leger definitief weg.

Nog ieder jaar wordt op 8 oktober het Alkmaars Ontzet gevierd. Het is een feestdag voor alle inwoners van Alkmaar. De dag staat bekend om de jaarlijkse optochten, kermis en de zuurkoolmaaltijd op het Canadaplein.

]]>
Thema's Wed, 29 Jan 2020 12:19:36 +0100
Migranten https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/migranten-in-bewerking https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/migranten-in-bewerking Familiemaaltijd te Dokkum

Migranten

Binnen dit thema zijn bronnen verzameld die verhalen vertellen over migranten en migratie. Ze gaan over mensen die van buiten de grenzen van het huidige Nederland naar de regio trokken, of juist naar het buitenland vertrokken. Dat deden ze bijvoorbeeld op zoek naar een beter bestaan, naar werk of naar meer vrijheid.

Migratie is van alle tijden, ook in onze regio. Vooral vanaf de late zestiende eeuw oefende de Nederlandse Republiek een grote aantrekkingskracht uit op immigranten. De Republiek kende toen een grote mate van vrijheid van godsdienst: mensen mochten er geloven wat ze wilden. Protestanten en joden die elders hun geloof niet mochten belijden of zelfs vervolgd werden zochten hier hun toevlucht. Bovendien ging het economisch goed in Nederland. Met name in de zeventiende eeuw was de Nederlandse Republiek een centrum van internationale handel. Dat trok veel arbeidsmigranten aan.

Immigranten kwamen eerst vooral uit Europa – uit Duitsland en de Zuidelijke Nederlanden bijvoorbeeld, en uit Frankrijk – maar soms ook van verder weg. Vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw wierf Nederland doelgericht arbeidsmigranten uit Zuid-Europa, Marokko en Turkije. Met de dekolonisatie van Indonesië en Suriname kwamen toen bovendien migranten uit die landen naar de regio. Andersom vertrokken Nederlanders naar de koloniën en vanaf de negentiende eeuw bijvoorbeeld ook naar de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog volgde er een grootschalige emigratie naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

Hoewel lang niet al die migranten zijn terug te vinden in de archieven, heeft een aantal van hen er wel sporen nagelaten. Soms zijn ze alleen terug te vinden omdat ze bijvoorbeeld trouwden in een plaats in de regio, en bij de registratie van hun huwelijk hun plaats van herkomst werd genoteerd. Over andere immigranten zijn meer bronnen te vinden, bijvoorbeeld omdat ze bij een notaris langsgingen, omdat ze zorg nodig hadden of omdat ze in aanraking kwamen met justitie. De bronnen binnen dit thema vertellen daarom soms persoonlijke verhalen, maar gaan ook over wetgeving en over hoe er in de loop van de tijd met migranten werd omgesprongen.

]]>
Thema's Wed, 16 Nov 2022 11:04:46 +0100
Tweede Wereldoorlog https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/tweede-wereldoorlog https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/tweede-wereldoorlog

Binnen dit thema zijn bronnen te vinden over onze regio tijdens de Tweede Wereldoorlog. In alle Noord-Hollandse gemeenten heeft de oorlog wel zijn sporen nagelaten. De bronnen binnen dit thema komen uit de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Heiloo, Hollands Kroon, Schagen en Texel.

De Tweede Wereldoorlog in Nederland begon met de Duitse inval op 10 mei 1940. Er waren bombardementen op militaire doelen zoals de marinebasis Den Helder en het vliegveld Bergen. Duizenden evacués trokken uit het gevechtsgebied rondom Amersfoort naar de steden en dorpen in Noord-Holland.

Na de capitulatie op 15 mei 1940 begon de bezetting en namen de Duitsers het bestuur over ons land over. Na de eerste verwarrende dagen leek het voor de meesten mee te vallen. Bijna alle ambtenaren en burgemeesters bleven op hun post. Toch was er vanaf het begin onderdrukking. Kranten en radio kregen te maken met censuur en gaven vanaf 15 mei 1940 geen betrouwbare informatie meer. Ook andere organisaties zoals vakbonden en politieke partijen moesten de totalitaire overheid volgen.  

Antisemitisme was een belangrijk onderdeel van het nationaalsocialisme. De Joden werden buiten de samenleving geplaatst. Alle ambtenaren en leraren van Joodse afkomst werden ontslagen. De nazi's namen steeds meer anti-Joodse maatregelen. In Nederland kreeg iedereen een persoonsbewijs, Joden kregen daarop een J. Na de inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 besloot Hitler om de Joden uit te roeien. Vanaf het voorjaar van 1942 werden ze opgepakt en naar Westerbork gebracht. Vandaar gingen ze op transport naar de vernietigingskampen. Een deel van hen kon onderduiken en een klein deel overleefde de oorlog. Ook andere bevolkingsgroepen werden vervolgd.

Allerlei spullen werden gevorderd voor de Duitse oorlogvoering en vanaf 1942 werd het kustgebied, van Texel tot Castricum en nog veel verder zuidwaarts, verboden terrein vanwege de aanleg van de kustverdediging, de zogenaamde Atlantikwall. Heel veel inwoners moesten hun huizen verlaten en als evacué ergens anders gaan wonen. Het kon de geallieerde piloten niet helemaal tegenhouden en soms merkte men de gevolgen van deze oorlogvoering in de lucht. Allerlei goederen werden schaars en waren alleen verkrijgbaar via distributiebonnen.

In de loop van de bezetting werd de sfeer grimmiger en nam de haat tegen de 'moffen' en de collaborateurs van de NSB toe. Toch bleven de meeste Nederlanders zich aanpassen. Slechts een kleine minderheid ging in verzet, want het was erg gevaarlijk om dat te doen. Het dagelijks leven werd steeds meer bepaald door de eisen van de bezetter. Je mocht 's nachts de straat niet op, moest alles verduisteren, goederen inleveren en soms verplicht gaan werken voor de Duitsers. Op ontduiking van de regels stonden strenge straffen. 

In het voorjaar van 1943 kreeg Duitsland enkele nederlagen te verwerken. Hoe ongunstiger de oorlog voor Duitsland verliep, hoe erger de onderdrukking werd. In april 1943 moesten de Nederlanders hun radio inleveren. Honderdduizenden Nederlanders moesten als dwangarbeider in Duitsland werken en wie dat niet wilde moest onderduiken. Het verzet nam toe. Verzetsgroepen maakten illegale kranten. Om onderduikers te helpen zorgden ze voor valse persoonsbewijzen en bonkaarten en er was gewapend verzet. Ook de straffen van de bezetter werden steeds zwaarder.

In september 1944 leek de bevrijding van Nederland ineens dichtbij, maar alleen het zuiden van Nederland kon worden bevrijd. Door een spoorwegstaking kon het westen van het land niet meer bevoorraad worden. Er kwamen grote tekorten aan voedsel en brandstof, het werd een echte hongerwinter

In april 1945 trokken de geallieerden verder op. De Duitsers lieten de Wieringermeer onder water lopen, er waren voedseldroppings van de geallieerden. Op 5 mei gaf de Duitse bevelhebber in Nederland zich over. Twee dagen later kon ook het westelijk deel van Nederland de geallieerden verwelkomen en de bevrijding vieren. Alleen op Texel werd nog 15 dagen doorgevochten, tot ook daar de Canadezen arriveerden. 

Hier kan je de specifieke woordenlijst Tweede Wereldoorlog bekijken. 

]]>
Thema's Wed, 07 Nov 2018 14:17:45 +0100
Hollands Kroon in WOII https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/hollands-kroon-in-woii https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/hollands-kroon-in-woii

De gemeente Hollands Kroon vierde in 2020 75 jaar bevrijding en herdacht wat er in de bezettingsjaren van 1940 -1945 is gebeurd.  

Al in 1939 bereidde Nederland zich voor op een mogelijke Duitse aanval. Die aanval kwam op 10 mei 1940. Nederland was in oorlog, maar in deze streek is nauwelijks gevochten. Ongeveer een week later bereikten Duitse grondtroepen Noord-Holland.

Zo begon de bezetting. De Duitsers namen het bestuur over ons land over.
Het gebied van Hollands Kroon bestond toen nog uit meerdere gemeentes met hun eigen burgemeesters en bestuur. Zij kwamen allen onder gezag van de Weermachtcommandant in Alkmaar. Later in de bezettingstijd werden sommige burgemeestersposten overgenomen door NSB'ers.

Allerlei nieuwe regels en voorschriften werden uitgevaardigd door de Duitse bezetter. Kranten en radio kregen te maken met censuur en gaven geen betrouwbare informatie meer. Veel organisaties werden verboden. Alleen nationaalsocialistische organisaties waren nog toegestaan. Allerlei spullen werden gevorderd voor de Duitse oorlogvoering, zoals gebouwen, metalen, fietsen en voedsel.

Antisemitisme was een belangrijk onderdeel van het nationaalsocialisme. Toen Hitler in juni 1941 het besluit nam de joden uit te roeien werd ook het 'joods werkdorp’ bij Slootdorp ontruimd. Velen van hen werden uiteindelijk opgepakt en vermoord in de concentratiekampen. Veel joodse onderduikers werden ondergebracht in het gebied van Holland Kroon.

De meeste Nederlanders pasten zich aan en probeerden zo goed mogelijk zichzelf te redden. Slechts een kleine minderheid ging in verzet, want het was erg gevaarlijk om dat te doen. Het dagelijks leven werd steeds meer bepaald door de eisen van de bezetter. Je mocht 's nachts de straat niet op en moest alles verduisteren. Vooral de schaarste aan goederen werd steeds meer een probleem. Allerlei goederen waren alleen verkrijgbaar via distributiebonnen. De landbouw was geheel gericht op de voedselvoorziening.

Hoe ongunstiger de oorlog voor Duitsland verliep, hoe erger de onderdrukking werd. Honderdduizenden Nederlanders moesten als dwangarbeider in Duitsland werken.
Het verzet nam toe. Verzetsgroepen maakten illegale kranten en roofden voedselbonnen. Vele onderduikers zochten een veilige verblijfplaats. Ook de straffen van de bezetter werden steeds zwaarder. 

Soms werden geallieerde vliegtuigen die op weg waren naar de Duitse steden neergehaald, of vielen er bommen. In het laatste oorlogsjaar werden door geallieerde piloten werden wapens gedropt die door verzetsmensen werden verspreid.

In september 1944 werd het zuiden van Nederland bevrijd. Het westen van het land kon niet meer bevoorraad worden. Er kwamen grote tekorten aan voedsel en brandstof, het werd een echte hongerwinter. Veel mensen uit de grote steden trokken naar het platteland van de Noordkop in de hoop bij de boeren voedsel te kunnen kopen.

Het Duitse leger voelde de nederlaag komen. Als toppunt van een zinloze wraakactie lieten ze in april  1945 de Wieringermeer weer onder water lopen. Op 5 mei gaf de Duitse bevelhebber in Nederland zich over. Enkele dagen later kon ook het westelijk deel van Nederland de geallieerden verwelkomen en de bevrijding vieren.

Een Nederlands bestuur nam het gezag weer over, schade moest hersteld worden, slachtoffers en nabestaanden moesten zorg krijgen, woningen gebouwd, mensen die hadden samengewerkt met de Duitsers gestraft. De meeste mensen wilden de ellende zo snel mogelijk weer vergeten. Pas later kwamen er monumenten en werden 4 en 5 mei de dagen van herdenken van de oorlog en vieren van de bevrijding.

Om de herinneringen levend en betekenisvol te houden, nam Uitgeverij Peter Sasburg het initiatief in samenwerking met de gemeente Hollands Kroon om in 2021 en 2022 verhalen achter zes oorlogsmonumenten vast te leggen op film. Dit zijn mini-documentaires geworden. In deze mini-documentaires zijn ooggetuigen, familie en vrienden van overledenen, leerlingen en andere betrokkenen aan het woord.
De minidocumentaires zijn op deze website te bekijken. 

 

]]>
Thema's Tue, 07 Jan 2020 14:50:59 +0100
Verlichting en Democratie https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/verlichting-en-democratie https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/verlichting-en-democratie

Verlichting en Democratie

Wetenschap en Verlichting

De verlichting komt voort uit de wetenschappelijke revolutie, een periode waar veel ontdekkingen zijn gedaan op het gebied van natuurkunde, wiskunde, scheikunde, sterrenkunde en biologie. Verouderde kennis werd losgelaten en de nieuwe kennis kwam er voor in de plaats. Dit deden wetenschappers door doelgericht onderzoek te doen en de nieuwe inzichten te beschrijven. Ook werd er nagedacht over politiek en staatsvorming. Zo kwam het revolutionaire idee op dat bestuurders en vorsten niet regeerden namens God maar namens het volk middels een contract. Charles Montesquieu (1689-1755) bedacht de Trias Politica. Volgens zijn theorie zijn er drie machten binnen een natie, die elkaar in evenwicht houden. Het gaat om de wetgevende macht (parlement), uitvoerende macht (het kabinet) en de rechtsprekende macht (rechters). De Engelse filosoof John Locke (1632-1704) schreef verschillende boeken over macht van staten. Volgens hem geven mensen bepaalde vrijheden op om beschermd te worden door een instantie die zij macht geven maar hebben ze ook het recht dit terug te draaien. Ook anderen dachten na over macht.

Alle kennis van deze ontdekkingen en nieuwe inzichten werden verspreid door middel van boeken, briefwisselingen en lezingen binnen wetenschappelijke genootschappen. In de hogere kringen van de samenleving was een grote vraag naar wetenschappelijke kennis. Clubjes, praatgroepjes en wetenschappelijke genootschappen werden opgericht. Leden van die genootschappen - zoals bijvoorbeeld van het Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen - geloofden sterk in het inzetten van wetenschap en kennis ten behoeve van de gehele samenleving. Zij investeerde in kennisoverdracht aan de hand van boeken, ander publicaties en onderwijs. Scholen werden opgericht en onderwijzers opgeleid.

Bij een steeds grotere groep mensen ontstond het geloof in een maakbare wereld. Als ieder mens maar het juiste kennis en inzichten bezat dan zouden mensen zich netjes gedragen en daar zou de samenleving van profiteren.

De Verlichting zorgde voor grote veranderingen in de samenleving. Zo veranderden de sociale verhoudingen, politieke structuren, economische structuur en de rol van religie. Individualisme kwam op en religieuze overtuigingen werden iets persoonlijks.

 

Bataafse tijd
Vanaf het begin van de achttiende eeuw waren er problemen die leidden tot de economische achteruitgang van veel mensen in de Republiek. Een kleine groep, waaronder de Oranjes en de bestuurders, bleef steenrijk omdat ze met hun vermogen konden investeren in voornamelijk buitenlandse projecten.

De patriotten waren ervan overtuigd dat de achteruitgang van het land veroorzaakt werd door slecht bestuur van de Oranjes en andere langzittende bestuurders. Zij vonden daarom dat deze moesten worden afgezet en hervormingen moesten worden doorgevoerd om zo ruimte te maken voor degelijk bestuur. Op veel plekken in de Republiek, waaronder Alkmaar, wisten de Patriotten druk op het bestuur uit te oefenen. https://www.entoen.nu/nl/noord-holland/alkmaar/venster-22

De patriotten waren geïnspireerd door de Franse Revolutie en voerden daarom ook de leus Gelijkheid, Vrijheid, Broederschap. Gelijkheid was het idee dat alle burgers gelijk zijn; geen verschil meer tussen rangen en standen omdat deze zijn opgeheven. Met vrijheid werd de bevrijding van het juk van het ancien régime bedoeld; de Oranjes en de regenten die ondemocratisch aan de macht waren. Broederschap was de verbondenheid met de nieuwe natie.

In 1795 kwamen de Patriotten aan de macht met steun van het Franse leger. ze betaalden daar een flinke prijs voor: een aantal gebieden kwam in Franse handen en er werden grote sommen geld naar Frankrijk gezonden. Daarnaast verwachtte Frankrijk dat de Nederlanders altijd trouw zouden zijn.

De Patriotten zorgden voor verkiezingen op landelijk en lokaal niveau en probeerden een grondwet te maken. Dit ging echter moeizaam omdat er binnen de eigen achterban drie groepen waren met elk een eigen idee over hoe de staat er uit moest zien. De unitaristen wilden een eenheidsstaat met een machtscentrum. De Federalisten zagen graag meer macht voor elk gewest en de Moderaten zaten er een beetje tussen in. De Federalisten werden buitenspel gezet waardoor er een grondwet kon worden goedgekeurd. Alle oude structuren werden gewist net als in Frankrijk.

In 1798 werd de grondwet uiteindelijk uitgevoerd. Het was maar van korte duur. Vanuit Frankrijk, waar Napoleon sinds november 1799 aan de macht was, werd steeds meer druk uitgeoefend op de regering in de Republiek. Napoleon bleef ontevreden en nam het bestuur in Nederland in 1806 helemaal over. De eerste jaren benoemde hij zijn broer Lodewijk Napoleon als koning van Holland. Maar toen ook hij zich in Napoleons ogen zich te weinig van Franse belangen aantrok, besloot de keizer Nederland in te lijven in zijn rijk. Nadat Napoleon in 1813 verslagen was en Nederland weer onafhankelijk werd, keerde Willem Frederik als zoon van de laatste stadhouder terug uit ballingschap en werd uitgeroepen tot soeverein vorst, om later in 1815 tot Koning der Nederlanden te worden geïnstalleerd.   

 

Ontwikkeling van democratie
Democratie is niet iets van de laatste twee eeuwen, maar ontwikkelde zich veel eerder. Hierin zijn verschillende fases te onderscheiden. In de eerste fase zien we dat in de middeleeuwen mensen uit de steden om meer invloed vroegen. Zij wilden dat hun eigendommen werden beschermd. Er ontstonden afspraken met vorsten. Zo kregen steden eigen bestuursrechten en andere vrijheden. Tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw zien we de tweede fase. Het gaat dan om individuele vrijheden zoals godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en ruimte voor eigen onderzoek. Rationaliteit kreeg de ruimte en daaruit ontstond de Verlichting. Aan het einde van de achttiende eeuw werden vanuit dat gedachtegoed de standen opgeheven. De verklaring van de rechten van de mens (1789) stelde ieder mens gelijk voor de wet.

De derde fase is de ontwikkeling en het ontstaan van het parlementaire stelsel met kiesrecht. Parlementen kregen meer macht en invloed en vormden daarmee een tegenwicht tegen de macht van de vorst. Met de grondwet van 1848 werd deze fase in Nederland afgerond. Het hield in dat ministers geen verantwoordelijk meer aflegden aan de koning maar aan het volk, via het parlement dat door de burgers rechtstreeks was gekozen.

In eerste instantie zaten de volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel in het parlement of gemeenteraad. Maar langzaam ontstonden er samenwerkingsverbanden tussen gelijkgestemden: de opkomst van partijpolitiek. Partijpolitiek zorgde ervoor dat verschillende ideologieën werden vertegenwoordigd in het politieke veld. Het uitbreiden van kiesrecht ging gepaard met het ontstaan van politieke partijen die professioneel werden aangestuurd en als doel hadden om zoveel mogelijk mensen bij hun beweging te betrekken om hun politieke doelen te bereiken.

De laatste fase is de uitbreiding van passief naar actief kiesrecht. Passief kiesrecht hield in dat je verkozen kon worden. Bij actief kiesrecht kon je daadwerkelijk gaan stemmen. Het uitbreiden van kiesrecht is overal ter wereld in stappen gegaan, zo ook in Nederland. Pas in 1917 was het mogelijk voor alle mannen van boven de 25 jaar om te stemmen in Nederland. In 1919 werd dit uitgebreid naar alle burgers: vanaf toen mochten ook alle vrouwen vanaf hun 25ste jaar stemmen. 

]]>
Thema's Tue, 18 Dec 2018 16:29:01 +0100
Middeleeuwen https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/middeleeuwen https://geschiedenislokaalregionaalarchiefalkmaar.nl/thema/middeleeuwen

Binnen dit thema zijn bronnen te vinden over het Noordwesten van Noord-Holland in de middeleeuwen. De middeleeuwen hebben in de oudere plaatsen wel documenten en archeologische sporen achtergelaten. Er zijn echter ook gemeenten die pas na de middeleeuwen zijn gesticht of waarvan het archief verloren is gegaan, waardoor bronnen uit sommige plaatsen ontbreken. De bronnen in dit thema gaan over de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Heiloo, Hollands Kroon, Schagen en Texel. 

De tijd van monniken en ridders (500-1000)

Aan het eind van het West-Romeinse rijk raakten veel steden verlaten. Veel mensen trokken zich terug op het platteland. Hier zochten ze bescherming van lokale heren en werden horigen. Na de val van het West-Romeinse rijk veroverden Friese stammen het grootste deel van Nederland. Zij hadden een heidens geloof en werden geregeerd door verschillende stamhoofden. Een van de Friese stamhoofden zetelde, op Texel, in Den Burg. De Friezen verenigden alleen achter een koning in tijden van oorlog. In 734 onderwierp de Franken de Friese stammen.

In het jaar 690 kwam de monnik Willibrord aan op de kust van het huidige Nederland. Willibrord predikte ook in de regio van Alkmaar en stichtte de eerste kerk in Noord-Holland, die van Heiloo. In Heiloo sloeg Willibrord een put, die na enkele wonderbaarlijke genezingen een bedevaartsoord werd. Een van zijn leerlingen Adelbertus predikte veel in de omgeving van Kennemerland. Hij werd door zijn rol in de bekering van het Kennemerland de patroonheilige van de abdij van Egmond

In 771 kwam Karel de Grote aan de macht. Hij was een oorlogszuchtige vorst en veroverde onder andere Saksen, Noord-Italië, Beieren en Oostenrijk. Om een sterk leger te kunnen onderhouden, maakte Karel de Grote gebruik van het leenstelsel. Hij gaf een stuk grond met boeren aan een lokale edelman die in ruil daarvoor ridders leverde in oorlogstijd. Dit stuk grond, ook wel domein genoemd, werd georganiseerd via het hofstelsel. Het hofstelsel was een systeem waarbij de lokale edelman zijn grond in drie delen verdeelde. Tweederde van het land was voor de onvrije boeren, (horigen) die het land mochten bewerken en een deel van hun oogst moesten afstaan in ruil voor bescherming van hun heer. Een derde deel van het land was van de heer zelf en de horigen moesten dit land ook bewerken. De abdij van Egmond is een goed voorbeeld van een religieuze instelling die het hofstelsel gebruikte op zijn landgoederen.

Karel de Grote maakte ook op een andere manier gebruik van zijn leenmannen. Karel zat namelijk ver weg en kon zijn landen hier in de regio zelf niet goed besturen. Daarom liet hij zijn leenmannen in zijn naam graafschappen en hertogdommen besturen. Ook Nederland werd in de achtste en negende eeuw in graafschappen verdeeld. De graven moesten allemaal trouw zweren aan Karel de Grote. Ze moesten hier onder andere orde houden, rechtspreken, legers verzamelen en hun graafschap verdedigen. Als Karel oorlog wilde voeren, moesten ze ook mannen leveren die mee konden vechten.

Het rijk van Karel de Grote viel vijftig jaar na zijn dood uit elkaar toen zijn kleinzonen het Karolingische rijk in drie stukken opdeelden. Die drie Karolingische vorsten waren geregeld met elkaar in oorlog. Tegelijkertijd begonnen Vikingen de kusten van West- en Noord-Nederland te plunderen. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat de Karolingische keizer West-Nederland in leen gaf aan de Vikingen. De Vikingen vestigden zich echter kort in Nederland en aan het eind van de negende eeuw stopten hun aanvallen op de Nederlandse kust.

De tijd van steden en staten 1000-1500

In de elfde tot en met de veertiende eeuw was Nederland nog verdeeld in allemaal kleine vorstendommetjes. Aan het eind van de vijftiende eeuw hadden de Bourgondische hertogen het merendeel van de Nederlanden in handen gekregen. In de periode tussen de elfde en de vijftiende eeuw, vervijfvoudigde de bevolking van de Noordelijke Nederlanden. Om deze bevolking te voeden, lieten de heren en kooplieden grote veengebieden ontginnen. Hierdoor zakte de bodem en ontstonden er grote plassen en meren. Ter bescherming tegen het water moest men vervolgens allerlei dijken aanleggen.

In dezelfde periode kwamen ook steden op. De graven van Holland verleenden in de dertiende tot en met de vijftiende eeuw stadsrecht aan Alkmaar, Schagen, Winkel, Barsingerhorn, Niedorp, Langedijk en Texel. De landsheer deed dit in het geval van Alkmaar in ruil voor Alkmaarse militaire steun tegen de West-Friezen. Schagen en andere steden konden hun stadsrechten vooral krijgen omdat de graven geld nodig hadden. Met het stadsrecht kregen de steden verregaande autonomie. De steden mochten nu hun eigen bestuur aanstellen. Ook konden steden hun eigen criminelen veroordelen. De steden hadden zelfs eigen kleine stadslegers. Daartegenover stond wel dat ze af en toe belasting moesten betalen aan de landsheer en hem moesten helpen in zijn oorlogen.

In de nieuwe steden waren minder mensen werkzaam in de landbouw, waardoor sommige burgers andere beroepen konden beoefenen. Mensen met deze nieuwe beroepen richtten gilden op. Dit waren organisaties die voor de belangen van burgers met een bepaald beroep opkwamen. Zij reguleerden de prijzen en zorgden ervoor dat alleen burgers uit de stad een product konden maken. In de stad Alkmaar waren de gilden zelfs zo machtig dat ze in 1426 het stadsbestuur mochten benoemen. Helaas voor de gilden hield die regeling niet lang stand.

De ambachtslieden produceerden niet alleen voor de eigen markt, maar ook voor andere afzetmarkten. In de late middeleeuwen groeide de internationale handel, namelijk weer. Dit werd mede veroorzaakt door de herleving van de geldeconomie en de opkomst van banken. Na de val van het Romeinse rijk werd er nog maar weinig met geld betaald. Er werd vooral aan ruilhandel gedaan. Maar in de late middeleeuwen werd het dus weer normaal om met geld te betalen, in plaats van goederen. En bij een bank konden kooplieden nu geld dat ze in een andere plaats verdienden opnemen, zodat ze het niet mee hoefden te nemen tijdens hun reizen en het gevaar liepen beroofd te worden.

Niet alleen de steden werden sterker. Ook de macht van de staten groeide. In de tweede helft van de veertiende eeuw was Nederland nog verdeeld in allerlei kleine vorstendommetjes, maar daar kwam snel verandering in. In de periode tussen 1363-1473 wisten de Bourgondische hertogen via huwelijken, veroveringen en aankopen het grootste deel van de Nederlanden in handen te krijgen. De hertogen centraliseerden het bestuur. Zo richtten zij de Staten Generaal op en de grote raad als centraal gerechtshof en begonnen zij met regelmatige belastingen. De toenemende macht van de staat bedreigde soms ook de stedelijke zelfstandigheid. Alkmaar kwam in de vijftiende eeuw twee keer in opstand en werd twee keer verslagen door Bourgondische troepen. Alkmaar raakte hierdoor twee keer zijn stadsrechten kwijt. Ook Schagen overkwam dit in 1426.

De toenemende macht van de staat was ook een doorn in het oog van de kerk. De katholieke kerk die eind dertiende eeuw op het hoogtepunt van haar macht was, verloor hierna snel terrein. In de veertiende eeuw dwong de koning van Frankrijk de paus om naar Avignon te verhuizen. Vervolgens waren er tussen 1376 en 1415 meerdere pausen tegelijkertijd. Ook in het graafschap Holland perkten de graven de macht van de kerk in. Zo moesten geestelijken evenveel belasting betalen en mochten kloosters geen land meer kopen of erven.

Hier kan je de specifieke woordenlijst middeleeuwen bekijken. 

 

 

]]>
Thema's Tue, 18 Dec 2018 16:21:22 +0100